Jezus - Verenigingsbeweging Unificationism Sun Myung Moon Het Beginsel

Go
Go to content

Main menu:

Jezus

 
 
MESSIAS

Jezus’ komst op aarde als de Messias

Jezus is mens en Gods ware zoon tegelijk. Doordat Hij volmaaktheid heeft bereikt, dat wil zeggen tot volledige geestelijke volwassenheid is gegroeid in overeenstemming met Gods scheppingsideaal, leeft Hij in volledige eenheid met Gods hart. Jezus leeft vanuit zijn oorspronkelijke karakter, zonder conflict met enige gevallen aard, en zo is Hij als volmaakt beeld van God aan Hem gelijk geworden. Jezus belichaamt, in zijn positie van nieuwe Adam, de volmaakte zoon van God, die Gods hart begrijpt en in wie Gods liefde volledig wordt verwezenlijkt. Tegenover zijn medemensen wordt dit in onvoorwaardelijke en vergevende naastenliefde uitgedrukt.

Het doel van de Messias

De Messias, de Christus is, zoals gezegd, de persoon, die komt als de nieuwe, zondeloze Adam om Gods oorspronkelijk scheppingsideaal te vestigen. Hij komt om Satans kwade heerschappij over de mensheid te beëindigen en Gods heerschappij van het goede, Gods Koninkrijk op aarde en in de geestelijke wereld, voor eeuwig te vestigen. Als de persoon die komt, om de smart van God , mensheid en schepping te beëindigen en de droom van God, mensheid en schepping, “One Family under God” voor altijd te verwezenlijken, is de Messias de belangrijkste persoon in  de geschiedenis van de mensheid.

Hij is de vervuller van de godsdiensten en van de missies van alle profeten, heiligen en wijzen vóór hem. Jezus verscheen 2000 jaar geleden als de Messias. Jezus kwam als de “Tweede Adam”. Net als Adam was Jezus een mens van vlees en bloed, en was hij zondeloos geboren. Jezus kon zonder zonde zijn doordat hij op de fundering van een voorbereide bloedlijn was geboren. Het Joodse volk had, gedurende een periode van twee millennia vanaf Abraham, Isaac en Jacob, een koers van beproevingen en ontberingen doorlopen, waarbij het een steeds sterkere band met God ontwikkelde.

Door gehoorzaamheid aan Gods Wet had het een fundering van geloof opgebouwd. Bovendien had God binnen het volk Israël een speciale bloedlijn voorbereid, waarin mensen, met een hart van geloof en zelfverloochening, door “vergoeding” het proces van de zondeval hadden omgekeerd, waarbij zij zelfs bereid waren hun leven te riskeren. Op de fundering van het uitverkoren volk en van deze speciale bloedlijn kon één man zonder zonde, de Messias, zonder enige verbinding met Satans bloedlijn, worden geboren. Dit was Jezus van Nazareth.
Net als de eerste Adam moest hij de Drie Grote Zegeningen vervullen. Dat betekende allereerst, dat Hij moest opgroeien tot individuele rijpheid, de situatie waarin hij één zou worden met Gods hart en zou kunnen liefhebben zoals God liefheeft. Zo zou hij de Eerste Grote Zegen vervullen. Vervolgens moest hij, met een bruid, de Tweede Zegen vervullen. Jezus vervulde de Eerste Grote Zegen. Adam en Jezus zijn beiden mensen van vlees en bloed; beiden zijn zondeloos geboren. Het verschil is, dat Adam tijdens zijn groeiperiode aan de verleiding van de aartsengel toegaf terwijl Jezus de verzoekingen van Satan overwon. Adams weg naar zijn individuele volmaaktheid (De “Boom des Levens”) werd geblokkeerd en hij verviel tot zonde, terwijl Jezus de individuele volmaaktheid in eenheid met God juist wel bereikte. Jezus was de eerste persoon in de geschiedenis die de Eerste Grote Zegen heeft vervuld.(Matteüs 5:48).moest hij de Tweede Grote Zegen vervullen. Hij moest een vrouw herstellen tot de positie van zijn bruid als Tweede, Zondeloze Eva en met haar een op God gericht gezin stichten.
De Messias komt, zoals de Bijbel zegt, als de “bruidegom”. Met zijn vrouw samen moest Jezus de positie van de Nieuwe Adam en Eva, de Ware Ouders van de hele mensheid, vestigen. Ze moesten in ieder mens de verandering van de bloedlijn  bewerkstelligen, m.a.w. als Ware Ouders moesten zij ieder mens, door  het geven van wedergeboorte, met Gods oorspronkelijke bloedlijn van ware liefde en waar leven verbinden.. (Het “enten op de ware olijfboom”, Romeinen 11:17)

  • In dit proces werkt de Messias, samen met zijn bruid, als de ‘Verlosser’. Jezus zei: ”Gij dan zult volmaakt zijn , gelijk uw hemelse vader volmaakt is.” (Matteüs 5:48). Ieder mens wordt door wedergeboorte van Satans kwade bloedlijn van valse liefde en vals leven afgescheiden. In ieder mens  wordt de erfzonde, die ten grondslag ligt aan het bestuur van het kwade en die de oorzaak is van al het leed, egoïsme en alle conflicten van de mensheid, verwijderd. De mensen, wedergeboren door de Ware Ouders, zouden hun status als Gods Ware Zonen en Dochters herwinnen.


  • Jezus en zijn bruid zouden op die manier Gods Koninkrijk op aarde en in de geestelijke wereld, de “One Family under God”, hebben gerealiseerd, die eeuwig zou voortduren. Jezus zei: “Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen” (Matteüs 4:17).


Was de kruisdood Gods primaire wil?

Jezus, als de Tweede Adam, kwam om zijn bruid te vinden en met haar samen Gods scheppingsideaal te vervullen. Dit gebeurde echter niet. We zien niet, dat Jezus samen met een vrouw als Ware Ouders wedergeboorte gaf aan de mensen. Door de tegenwerking van zijn omgeving, die in hem niet de Messias zag, werd Jezus de gelegenheid ontnomen om zijn bruid te vinden, d.w.z. een voorbereide vrouw te herstellen tot de positie van zondeloze, Tweede Eva naast hem.
Jezus had het geloof van de mensen nodig, om zijn missie te vervullen.Marcus 1: 14-15 (Jezus zei) : “De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie”. Jezus vond echter geen geloof bij de mensen. Ze vervolgden en kruisigden hem. Er waren drie redenen, dat men Jezus niet geloofde en hem niet navolgde.
Men had een spectaculaire, oogverblindende, bovennatuurlijke Messiaanse verwachting. Velen verwachtten een koninklijke verschijning zoals Salomon (Jesaja  9; 11; 60). Een aantal mensen verwachtten de Mensenzoon op de wolken, zoals Daniël had voorspeld (Dan 7:13). Men kon in Jezus’ nederige, menselijke verschijning niet de komst van de Messias herkennen. Johannes 6:42 (…en zij zeiden)“Is dit niet Jezus, de zoon van Jozef, wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt hij nu: Ik ben uit de hemel neergedaald?”
In Johannes 7:15 staat: De Joden dan verbaasden zich en zeiden: “Hoe is deze zo geleerd zonder onderricht te hebben ontvangen?” Zelfs Johannes de Doper verwachtte een bovenmenselijke verschijning. Johannes 1:27, ( Johannes de Doper zei:)”… hij, die na mij komt, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken.”

Jezus werd niet gewaardeerd als vernieuwer
Jezus bracht het Nieuwe Woord en hij zei en deed nieuwe dingen. De Messias, als de Nieuwe Adam, brengt Gods Woord. Adam en Eva moesten hun scheppingsdoel vervullen door het volgen van Gods Woord. Zij moesten Gods Woord belichamen en het onderwijzen aan hun kinderen. In Gods Koninkrijk zou bij iedere generatie Gods Woord door ouders aan kinderen worden doorgegeven. Door Gods Woord van ouders en leermeesters te leren, te praktiseren en te belichamen moeten alle mensen hun hart en karakter ontwikkelen en uiteindelijk één met God kunnen worden.

Adam en Eva verloren echter Gods Woord door de val; daardoor heeft de mensheid zich afgescheiden van God en is in een situatie van totale onwetendheid gevallen.  
In de geschiedenis openbaarde God Zijn Woord door godsdiensten. Hij deed dit in stappen, zodat de mensheid geleidelijk hogere dimensies van zijn liefde en waarheid kon bereiken.  De Messias, als de Nieuwe Adam, brengt Gods Woord in zijn hoogste, meest volledige vorm. De openbaring van Gods Woord in stappen is het duidelijkst te zien aan de opeenvolging van de Testamenten van het Christendom.

  • 1) Het Funderingstijdperk: van Adam tot Abraham (2000 “Bijbelse” jaren). God onthulde nog niet zijn Woord. De enige verbinding met God is door offers. Mensen zijn op het niveau van “dienaar des dienaars”, ver weg van God.


  • 2) Oude Testament Tijdperk: van Abraham tot Jezus (2000 jaar). God openbaart zichzelf door de Tien Geboden. Mensen bereiken het niveau van “dienaar van God”.Kern van Gods Woord door Mozes is: “Er is één ware God, die Zich door Zijn Wetten manifesteert.”


  • 3) Nieuwe Testament Tijdperk: van Jezus tot de Wederkomst (2000 jaren). Jezus, de Tweede Adam , bracht Gods Woord voor het Nieuwe Tijdperk, het Evangelie. De mensen bereiken het niveau van “Gods geadopteerde zonen en dochters.”  Kern van Gods Woord door Jezus : “God is de Vader van de mensheid; Hij houdt van Zijn kinderen. De essentie van God is ware liefde.” Dit woord, de God van ware liefde, is de krachtigste factor geweest in de vooruitgang van de mensheid. Desalniettemin zei Jezus, dat hij nog meer woorden van waarheid had willen geven, maar dat de mensheid nog niet klaar was om deze waarheid te ontvangen (Johannes 16:12; Johannes 16:25).


De mensen, vooral de leiders van het Jodendom, hadden grote moeite Jezus’ nieuwe woorden en werken te accepteren. Deze leken in strijd te zijn met de Wet, bijvoorbeeld: Jezus hield zich niet aan de Sabbat. Hij plukte aren en verrichtte genezingen op de Sabbat. Ook vergaf Hij  mensen hun zonden, terwijl de Wet bepaalde straffen voorschreef. Jezus benadrukte de geest van de Wet meer dan de Wet zelf. Men was gebonden aan een letterlijke interpretatie van de Schrift. Jezus moest uitleggen: ”Meent niet, dat ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen”. (Matteüs 5:17).


Jezus werd beschouwd als bedreiging van traditie en conventies
De mensen gingen Jezus steeds meer zien als een bedreiging voor de traditionele moraal en het conventionele systeem. Jezus vergaarde meer en meer volgelingen.

Vrouwen verlieten hun mannen . Kinderen liepen van hun ouderlijk huis weg. Bovendien stelde Jezus de corruptie van de Joodse leiders aan de kaak. Deze gingen hem steeds meer hinderen aan het uitoefenen van zijn openbare missie. Ze bekritiseerden openlijk zijn woorden en werken en stelden hem lastige vragen. Ze deden hun uiterste best om de navolgers van Jezus bij hem weg te halen.

Men heeft in Jezus niet de Messias gezien. Zelfs Jezus’ eigen familieleden konden zijn waarde niet herkennen. (Marcus 3:21:) “En toen zijn naastbestaanden dit hoorden, gingen zij heen om Hem te halen, want zij zeiden: Hij is niet bij zijn zinnen.”(Matt 12: 46-50:) “…. Maar hij antwoordde de boodschapper en zeide: Wie is mijn moeder en mijn broeders? En hij strekte zijn hand uit over zijn discipelen en zeide:  Ziedaar mijn moeder en mijn broeders. Want al wie doet de wil mijns vaders, die in de hemelen is, die is mijn broeder en zuster en moeder.”
Jezus bracht de blijde boodschap: “Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij ”(Matteüs 4:17). Jezus was gekomen om samen met zijn bruid als Ware Ouders wedergeboorte aan de mensheid te geven. Dat zou het begin van Gods Koninkrijk zijn geweest. Het ongeloof en de verwerping door de mensen maakten het echter onmogelijk voor Jezus om zijn bruid te vinden en voor te bereiden. Zelfs zijn eigen familieleden lieten hem in de steek. Daardoor kon de positie van Ware Ouders van de mensheid niet worden gevestigd. Dit is de reden, dat Gods Koninkrijk op aarde niet tot stand kwam en dat zonde, leed en conflict tot op heden zijn blijven voortduren. Het is ook de reden dat er geen enkel persoon geheel verlost is (Romeinen 3:10) en het is de reden waarom Christus moet wederkomen.
Jezus had het geloof van de mensen nodig. Hij werd echter met ongeloof en verwerping geconfronteerd. Deze resulteerde in de kruisiging. De kruisiging was niet Gods primaire wil. Christenen in de hele wereld zeggen, dat ze verlost zijn door de kruisdood van Jezus. Dit leidt tot de volgende vraag:

In hoeverre zijn gelovigen door het offerbloed van Jezus aan het kruis verlost?
Toen Jezus zag, dat het ongeloof van het volk onomkeerbaar was, besloot Jezus om de lijdenskoers, de  weg naar het kruis te gaan. Op de “Berg van gedaanteverandering” werd besloten, dat Jezus een andere koers zou volgen, (Lucas 9:31) “Dezen (Mozes en Elia), in heerlijkheid verschenen, spraken over zijn uitgang, die hij te Jeruzalem zou volbrengen”.  In plaats van de koers van “Heer der Heerlijkheid” (Jesaja 9: 11; 60) zou Jezus nu de koers van de “lijdende dienstknecht” gaan (Jesaja 53). Pas vanaf die tijd deed Jezus de aankondigingen van zijn lijden, dood en opstanding en voorspelde hij zijn wederkomst.

Doordat de mensen niet in Jezus geloofden maar hem in de steek lieten en zich tegen hem keerden, hadden de mensen zich aan Satans kant geplaatst. Dit was niet het doel waarvoor de Messias was gekomen. Jezus, die zelf volledig zonder zonde en een met God was in hart, besloot om de zonde van de mensheid op zich te nemen om zo een nieuwe weg van verlossing te openen. Aan het kruis bad Jezus om vergeving voor de mensen (Lucas 23:34). Daardoor werd zijn kruisdood tot losprijs voor het gebrek aan geloof van de mensheid. Niet de kruisdood, maar Jezus’ liefde voor zijn vijanden, zelfs op het moment van zijn marteldood, was Gods overwinning.

Jezus’ onvoorwaardelijke liefde aan het kruis bewerkstelligde zijn opstanding. Opstanding is de overgang van geestelijke dood naar geestelijk leven. Door de opstanding van de gekruisigde Jezus opende God een weg voor geestelijke verlossing, een weg naar een sfeer die vrij is van sataanse invloed, het “Paradijs” in de geestelijke wereld. (Lucas 23:43).  Als mensen zich in geloof en in het hart met de verrezen Jezus verenigen, kan hun geest  verlossing bereiken en deelachtig worden aan deze sfeer van opstanding en van geestelijk leven.

Van deze sfeer is een goede, positieve invloed op de geschiedenis uitgegaan. Het Christendom, gebaseerd op Jezus’ boodschap van liefde tot God en tot de medemens, en op de daarmee corresponderende sfeer van geestelijke verlossing heeft wellicht de grootste bijdrage geleverd aan de spirituele en morele vooruitgang van de mensheid, uitmondend in de vele innerlijke en uiterlijke verworvenheden van de moderne tijd. De lijdensweg van Jezus’ kruisiging en opstanding  was echter een secundaire koers, die gedeeltelijke verlossing bracht. Als de mensen Jezus tijdens zijn leven op aarde hadden nagevolgd, zou de mensheid volledige verlossing, geestelijk en stoffelijk, hebben ervaren.

Doordat bij de kruisdood Jezus’ lichaam werd vernietigd, was verlossing alleen maar geestelijk. Dat moge blijken uit het volgende:

  • a) Het lichaam van gelovigen is niet verlost; het staat voortdurend onder invloed van de zonde. Paulus, de belangrijkste missionaris van het Christendom, brengt zijn wanhoop tot uitdrukking over het feit dat geest en lichaam in een bittere strijd zijn verwikkeld. (Romeinen 7:21-23)


  • b) De erfzonde is niet verwijderd. (1Johannes 1:10)


  • c) Er is nog geen herstelde ware bloedlijn. Ieder mens wordt met zonde geboren en heeft daarom een reinigingsceremonie, het Doopsel, nodig.


Enerzijds was de sfeer van geestelijke verlossing de basis waarop het wereld Christendom is ontstaan dat, zoals gezegd, in zo belangrijke mate heeft bijgedragen aan de geestelijke vooruitgang van de mensheid. Aan de andere kant was het feit, dat het lichaam nog niet was verlost en de erfzonde de mens nog in zijn greep hield de reden, dat de geschiedenis van lijden, egoïsme, conflict en bloedvergieten zich voortzette en dat Gods droefenis en smart bleven voortduren. Daarom verwachten Christenen de Wederkomst van Christus. Wanneer Christus wederkomt,  brengt hij voor ieder mens volledige, d.w.z. geestelijke en stoffelijke verlossing.


Het hart van God
Om de betekenis van Jezus’ leven en kruisdood dieper te doorgronden moeten we het hart van God en van Jezus bestuderen. God schiep de mensen als Zijn kinderen teneinde voor eeuwig liefde en vreugde met hun te delen. Als Ouder van liefde heeft Hij nooit gewild, dat Zijn kinderen lijden en conflict moesten ervaren. Het kwade en de zondeval waren niet door God gepredestineerd, waren niet Gods Wil. De mensen, Adam en Eva waren het, die niet hun aandeel in de verantwoording tijdens hun groeiperiode vervulden en zich van God verwijderden.

God had, vanuit Zijn liefde, de mensen een eigen aandeel van verantwoording gegeven tijdens hun groeiperiode. De eerste voorouders van de mensheid, Adam en Eva, moesten, door gehoorzaamheid aan Gods Woord, hun eigen rijpheid van karakter, hun eigen “volmaaktheid” scheppen. God gaf de mensen op die manier de mogelijkheid om deel te nemen aan het scheppingsproces als Zijn gelijken, zodat ze Goddelijke wezens konden worden.

De mensen, echter, vervulden niet hun verantwoordelijkheid die hun door God als kostbaar geschenk was gegeven. Ze rebelleerden tegen Gods gebod, waardoor ze van Gods liefde zijn weggevallen en een wereld van zonde, egoïsme en leed hebben geschapen. God was diep bedroefd door de val(Genesis 6:6). De zondeval was niet Gods straf aan de mens; het was de mens die God verwierp en verjoeg. Sinds de val is God een lijdende, eenzame God geweest. Als Ouder van liefde, die begaan is met Zijn kinderen en die de pijn van Zijn kinderen als Zijn eigen pijn voelde, begon God de Voorzienigheid van Herstel ; God nam daarbij de hoofdverantwoording voor de misdaad die Hij niet had begaan.

Het beeld dat God in Zijn Almacht en Heerlijkheid op Zijn Troon zit, hoog verheven boven het leed van de mensen, is niet correct. Vervuld van een diep gevoel van compassie, is God direct na de val het doornige pad opgegaan dwars door de wildernis, op zoek naar Zijn verloren kinderen, om hen te verlossen uit de hel, die zij voor zichzelf tot stand hadden gebracht.

God stuurde Zijn profeten en heiligen teneinde de mensen te bewegen om tot inkeer te komen en verlost te worden.  De profeten en heiligen werden echter keer op keer verworpen en geslagen. De gevallen mensen hadden grote moeite om afstand te doen van hun egoïstische, materialistische levenswijze en zich te onderwerpen aan de profeet, het kanaal van Gods Woord en liefde. God bevindt zich in een tegenstrijdige situatie. Hij wil wanhopig Zijn kinderen redden uit hun ellendige situatie, maar deze kunnen de helpende hand die God uitstrekt niet herkennen. Keer op keer  beschouwden de mensen de profeten als hun vijanden en gingen ertoe over hen te vervolgen door hen vals te beschuldigen, te bespotten, gevangen te zetten, te verbannen of zelfs te doden, waardoor Gods smart werd vergroot.

God vergeeft echter de mensen en stuurt telkens weer nieuwe profeten. God wil niet een rechter zijn die test, oordeelt en straft, en Zijn ongehoorzame kinderen naar de hel stuurt. Als God een straffende, oordelende God was, zou Hij de mensheid direct na de val hebben vernietigd. Integendeel; Hij is een vergevende, reddende God. Hij zal Zijn kinderen blijven verlossen; Hij zal nooit opgeven totdat  de laatste ziel tot inkeer is gekomen, verlossing heeft ervaren en de hemel binnentreedt.

Door alle profeten en heiligen die, terwijl ze vervolging ondergingen, in hun geloof in God konden volharden en hun vijanden konden blijven liefhebben, konden de mensen geleidelijk aan tot berouw komen en de richting van hun leven veranderen. Op die manier  werd uiteindelijk een fundering geschapen waarop de Messias kon verschijnen.

Het hart van Jezus

Jezus had een diep verlangen om zo snel mogelijk God en mens te bevrijden door Gods Koninkrijk te verwezenlijken. Jezus van Nazareth was de Messias, de nieuwe, zondeloze Adam. Als Gods Zoon, ontdekte Jezus al toen hij jong was het hart van God, die begaan is met Zijn kinderen. Net zoals God voelde  Jezus het lijden van de mensheid en was vervuld van empathie met de situatie van de mensen, die in de ‘gevallen wereld’, een wereld van conflict en geestelijke duisternis leefden. Vanuit zijn compassie, had Jezus een diep verlangen om de mensheid te redden. Jezus voelde innig het verdriet van God, die duizenden jaren lang had geprobeerd Zijn kinderen te redden, maar daarbij keer op keer met verwerping, vervolging, smaad en onbegrip was geconfronteerd. Jezus kende ook diepgaand Gods ouderlijk hart, dat nooit kan opgeven, maar altijd moet vergeven en moet doorgaan totdat alle kinderen zijn bevrijd. Dit hart van God onthulde Jezus in de gelijkenis van de goede herder (Lucas 15:1-7) die niet kan rusten totdat Hij het ene (laatste) verloren schaap gevonden heeft.

De Parabel van de Verloren Zoon (Lucas 15: 11-32) laat de enorme blijdschap van de Vader over de terugkeer van Zijn zoon zien. In al die tijd, dat de Zoon weg was, verkeerde de Vader in diepe smart over het leed van de Zoon en keek met diep verlangen uit naar het moment waarop Hij zijn verloren, zondige Zoon kon omarmen en verwelkomen. De Vader die treurt om Zijn zoon is God die treurt om de mensheid. Jezus wilde zo snel mogelijk een einde maken aan de smart, de nachtmerrie van God, hij wilde God onmiddellijk bevrijden. Jezus was vervuld van een gevoel van extreme urgentie. Er was zelfs geen tijd om doden te begraven of afscheid te nemen van huisgenoten (Lucas 9: 59-62). De vestiging van het Koninkrijk Gods was dringend (Matteüs 4:17).

Jezus teleurgesteld en wanhopig
Jezus was diep teleurgesteld en wanhopig over zijn verwerping door het volk van Israel. Toen, tegen de Wil van God in, de mensen niet in Jezus geloofden, maar hem verwierpen was Jezus zeer ontdaan. Hij moest luidkeels en krachtig zijn Messiasschap verkondigen, met heel zijn hart en ziel, om de mensen ertoe te brengen in hem te geloven. (Johannes 5: 39-40): “Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van mij getuigen, en toch wilt gij niet tot mij komen om leven te hebben.”
(Matteüs 21:11): “Wee u, Chorazin, wee u, Bethsaida! Want indien in Tyrus en Sidon die krachten waren geschied, welke in u geschied zijn, reeds lang zouden zij zich in zak en as bekeerd hebben.” Jezus investeerde geheel zijn hart en energie om de mensen tot geloof te brengen. Onvermoeibaar predikte en onderwees hij. Toen bleek, dat de mensen  Jezus niet aan zijn woorden konden geloven, verrichtte Jezus wonderen en genezingen. Helaas werden slechts heel weinigen krachtige volgelingen van Jezus. Aan de andere kant wekten Jezus’ werken grote ergernis bij de leiders van het Jodendom; zij gingen hem beschouwen als handlanger van de duivel en verhinderden de mensen om zich met Jezus te verbinden. Na enige tijd zochten zij een mogelijkheid om Jezus te doden. (Matteüs 12:24) “Deze drijft de boze geesten slechts uit door Beëlzebub, de overste der geesten.”


Jezus was bereid de weg van het lijden te gaan
Jezus was volledig bereid om de ultieme lijdenskoers te gaan, maar zocht , tot het laatste moment naar mogelijkheden om het primaire plan te verwezenlijken.
Op de Berg van Gedaanteverandering besloot Jezus, in het bijzijn van Mozes en Elia, dat hij bereid was de lijdenskoers, de ultieme offerkoers te gaan. Zelfs na deze vergadering bleef Jezus wanhopig naar mogelijkheden zoeken om het primaire plan te verwezenlijken, zodat God en mensheid van leed bevrijd zouden kunnen worden.
Daarom probeerde hij in Jeruzalem nog eenmaal het volk in de gelegenheid te stellen om hem als Messias te verwelkomen (door zijn glorieuze intocht in Jeruzalem, beschreven in Matteüs 21).

Ook sprak Jezus harde woorden tot de Farizeeërs en schriftgeleerden die zijn weg blokkeerden, in de hoop hen toch nog tot inkeer te brengen.  (Matteüs 23:13): “Maar wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij sluit het Koninkrijk der hemelen toe voor de mensen. Immers, gij gaat er niet binnen en die trachten binnen te gaan, laat gij niet toe daarin te komen”.

Jezus wilde het volk omarmen
Jezus wilde het volk, dat zijn komst had voorbereid en er de prijs voor had betaald, omarmen. (Matteüs 23:37): “Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild. Zie, uw huis wordt aan u overgelaten”. Israel was het “uitverkoren volk”, dat door God in zijn geschiedenis was voorbereid om de Messias te ontvangen, d.w.z. hem voort te brengen, hem te verwelkomen  en zich met hem te verenigen.

  • 1) Het volk werd, in zijn geschiedenis door God onderwezen het kanaal van God (de tabernakel, tempel, profeet enz.) te herkennen en na te volgen. Alleen wanneer het zich met Gods kanaal verbond, kon het volk Gods zegen ontvangen en behoed worden voor ondergang en vernietiging. Zo trainde God Zijn volk om zich uiteindelijk met Zijn Zoon, wanneer die zou verschijnen, te verbinden.


  • 2) In tijden van beproeving zond God profeten die het volk moed gaven door de hoop dat God de Messias, de Verlosser, zou zenden. God schiep in het volk een diep verlangen om de Messias bij zijn komst te aanschouwen, eren en dienen.


  • 3) Toen Jezus was geboren werden allerlei mensen over zijn komst en identiteit geïnformeerd. Ook had de verschijning van een voorloper zoals Johannes de Doper aan het begin van Jezus’ openbare missie tot doel de mensen naar Jezus te brengen.


Jezus wilde pijn en verdriet vermijden, maar niet voor zichzelf
Jezus wilde de tragische consequenties, die zijn kruisdood zou hebben voor God en mensheid, vermijden. (Matteüs 19:41-44): En toen hij de stad zag, weende hij over haar, en zei: “Och, of gij ook op deze dag verstond, wat tot uw vrede dient; maar thans is het verborgen voor uw ogen. Want er zullen dagen over u komen, waarin uw vijanden een bolwerk tegen u opwerpen en u omsingelen en u aan alle zijden in het nauw brengen, en zij zullen u en uw kinderen in u vertreden en zullen in u geen steen op de andere laten, omdat gij de tijd niet hebt opgemerkt, dat God naar u omzag.”

Het feit, dat Jezus, tegen Gods Wil in, was verworpen, had een aantal negatieve gevolgen:

  • 1) Het lijden van het Joodse volk: Het was de bedoeling geweest, dat, wanneer de Messias zou komen, het Joodse volk in de wereld verlossing, troost en genoegdoening zou ervaren. In plaats daarvan verhevigde, na de kruisdood van Jezus, het lijden van het volk.


  • 2) Het lijden van de Christenen: Jezus was niet gekomen om een nieuwe godsdienst te stichten. Hij kwam om Gods Koninkrijk van vrede en harmonie op aarde te brengen, de vervulling van alle godsdiensten. Door het ongeloof waarmee Jezus bejegend  werd en de daarop volgende kruisdood, werd een nieuwe religie wel noodzakelijk. Dat werd het christendom, dat een fundering moet leggen voor de Tweede Komst van Christus. Het christendom begon als martelarengodsdienst.


  • 3) Gods Koninkrijk was niet verwezenlijkt: Het leed van God en mensheid, dat Jezus had willen beëindigen, zette zich voort. Gods nachtmerrie, de geschiedenis van lijden, conflict en bloedvergieten van de mensheid bleef voortduren.


In de Tuin van Gethsemane bad Jezus: “Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker aan mij voorbijgaan.” (Matteüs 26:39). Jezus sprak dit gebed niet in een moment van aarzeling of zwakte. Als in dat uur de drie hoofddiscipelen zich met Jezus in het hart hadden verenigd, zou er een mogelijkheid zijn gecreëerd om Gods Koninkrijk te verwezenlijken. Jezus bad niet voor zich zelf. Hij bad om een laatste uitweg om Gods primaire plan te vervullen en God en mensheid van smart te bevrijden.



Terug naar vorige pagina  |  Terug naar overzicht - Messias

.
.
.
.
.
.
.

 
 
 
Back to content | Back to main menu